design van fietsen

Op de tekentafel

I like bikes... a lot. From a design perspective, I am very interested in the many types of bicycles that meet a variety of different user needs ranging from racing to riding for transportation. I truly believe that the bicycle is man's greatest invention and I love to see innovative ideas that continue its evolution. In a nutshell, that is what this [] is all about. (JamesT)

ontwerp van Bradford WaughHet hiernaast afgebeelde fietsonwerp verscheen op een designers-blog en een van de eerste reacties was : "Why? Bikes are for riding arent they? A product for people with more money than sense maybe?"
Het is een idee voor een fiets zonder ketting en zonder naaf. Hij heeft wel trappers en door te trappen draaien rollers tegen het naafloze wiel. Iemand anders: "it's a bike that when you'r not using it you wont throw it in storage, it's cool enough to look at to keep around your house like art".
Design daagt uit.
Design wekt controverse.
Zelfs design van fietsen.
Omdat design verder gaat dan het aanvaarde. Dit ontwerp is een oefening in het doordenken over een fiets die geen ketting heeft en geen naaf en spaken.
Toegegeven, dit is geen ontwerp dat een directe weg naar de winkel zal volgen. En misschien zit er gewoon niks bruikbaars in het idee.
Maar het blijft mooi, creatief, uitdagend, geestig,...

 Je hebt het idee dat veel ontwerpen op de tekentafel blijven. Het ontwerp van Blair Hasty, hiernaast, is ooit een prototype geworden, ofwel werd hier grondig gefotoshopped om de onelegante Blair zelf bovenop dit model te krijgen.
Dit ontwerp werd in 2004 als "collapsible bike concept" ingediend op de jaarlijkse International Bicycle Design Competition in Taiwan.

Er zijn gelukkig nog grote fietsmerken die geld geven aan designers die schijnbaar nutteloze prototypes ontwerpen. Het Amerikaanse Cannondale, dat reeds enkele Europese fietsmerken opgekocht heeft, is in dat geval.
Bewonder bijvoorbeeld onderstaande ontwerpen, de "Radical" van een ontwerpteam (D-Tank) uit Barcelona, en de vouwfiets "Jackknife", in 2005 ontworpen door de Nederlandse en Spaanse studenten Filip Holthuizen and Rodrigo Clavel.
 de Cannondale Jackknife

Cannondale schrijft hierover: "Although none of these bikes are meant for production at this point, some of their design elements might inspire future Cannondale urban bikes."

Posted by Freddy Deprez op 5 september 2008

modern en mooi

Van elke nu rondrijdende fiets is er ooit een protoype geweest, dat verwondering wekte en de aandacht trok.
Behalve het onderscheid tussen de soorten fietsen, is er weinig onderling verschil. De meeste racefietsen lijken op elkaar - mountainbikes en stadsfietsen ook. Laten we die de "gewone" eigentijdse modellen noemen.
Ik kan niet zeggen dat er iets intrinsiek moois is aan een hedendaagse fiets. Op het vlak van design is het een rommeltje, zeker bij de stadsfiets. Het zicht van een er op rijdende mens is al niet eleganter.
Als we bladeren door de catalogi van de fietsenmerken zijn we geneigd om elk model dat enigszins uit de band springt, mooi te vinden.
Minder spaken in de wielen of juist een vol vlak : een tijdjelang wil je erin geloven.
Maar echte vormschoonheid?

De Astana-ploeg rijdt Trek

Hierboven de Trek-bikes van het Astana team, hieronder de Cannondale van Liquigas, de Giant die tijdens de tijdrit in de tourdefrance door Team Columbia en tijdens de Olymische Spelen in Bejing gebruikt werd, de Carraro "Chrono" en de Eddy Merckx "Carbon CXM".

De Cannondale van LiquigasThe world got a glimpse of Giant’s latest technological marvel during the time trial stages at the Tour de France in July De CarraroDe Eddy Merckx Carbon CXM

Posted by Freddy Deprez op 6 september 2008

fietsmusea

Fietsencollectie De Velodroom (Snellegem, BE) Nationaal Fietsmuseum Velorama (Nijmegen, NL)
Musée du Cycle (Weyler, BE) Musée vélo-moto (Domazan, FR)
Fahrradmuseum (Retz, OOS) Australian Bicycle History Centre (Canberra, AUS)
National Cycle Collection (Powys, Mid Wales, UK) Fahrradmuseum Rheinhessen (Gau-Algesheim, DU)
National Bicycle History Archive of America (USA) Radhaus im Stadtmuseum (Einbeck, DU)
Pedalwelt (Spessart, DU) Zweirad- und NSU-Museum (Neckarsulm, DU)
Bicycle museum of America (New Bremen, Ohio, USA) Fahrradmuseum (Bad-Brückenau, DU)
Metz Bicycle Museum (Freehold, NJ, USA) Pedaling History Bicycle Museum (Orchard Park, NY, USA)

Posted by Freddy Deprez op 6 september 2008

Geschiedenis in weinig woorden

Weinig mensen hebben er een idee van hoelang de fiets al bestaat. 150 jaar geleden was hij er nog niet maar hij bestaat nu toch al meer dan een eeuw. Voor de voorlopers van de fiets moet je wel verder terug.
De loopfiets
De draisineDe fiets zoals we die nu kennen is stapje voor stapje ontwikkeld. De voorloper van de moderne fiets is gebouwd door de Duitse baron Von Drais. Hij verbond twee houten wielen met een houten balk. Er zat een primitief stuur op waarmee je het voorwiel kon draaien. In het midden van de houten balk zat een soort zadel. Als je daar op ging zitten kon je je met je voeten op de grond afzetten. Op een vlakke ondergrond kon je er een behoorlijke snelheid mee halen. Maar o wee als er kuilen en bobbels in de weg zaten. En remmen ging ook niet echt. Aangenaam toeren is anders. Deze loopfiets stamt uit 1818. Hij wordt "draisine" genoemd.
De vélocipède of bottenrammelaar
de bottenrammelaar (hier een Brits exemplaar)Pas veel later in de 19e eeuw komt een Fransman op het idee om trappers aan het voorwiel te maken. Deze fietsen hadden net als de draisine een soort karrenwielen: dikke houten spaken en een houten velg met een ijzeren hoepel er om heen. Erg prettig fietsen was dat niet. De wegen waren nog niet zoals nu van glad asfalt. De meeste verharde wegen bestonden uit keien (kasseien, kinderkopjes) dus je werd behoorlijk door elkaar geschud. Dit soort fietsen werd "vélocipède" genoemd. Deze fiets had ook een bijnaam: de "bottenrammelaar" (Engels: "boneshaker").
De Kangoeroe was een 'High Bi'Om sneller vooruit te komen werden de voorwielen steeds groter gemaakt. Het was nog een hele kunst om op het zadel te komen en te blijven. Je kon er lelijk mee vallen. Het voorwiel van deze fiets was ongeveer anderhalve meter hoog. Hij werd "hoge bi" genoemd. Op vlakke wegen kon je daarmee een flinke snelheid bereiken. De pedalen zaten aan het voorwiel. Elke keer als de pedalen een keer rond gaan, gaat ook het enorme voorwiel een keer rond. Dus iedere keer dat de benen van de fietser een keer rond gingen, legde de fietser ongeveer 3,5 meter af.
De "veiligheidsfiets"
Aan het eind van de 19e eeuw bedacht iemand dat het veel handiger was om de wielen met een ketting aan te drijven. De fietser zit op een zadel op een metalen frame dat verbonden is met twee even grote wielen. De pedalen zijn met een ketting verbonden met het achterwiel. Dat reed veel prettiger en was een stuk veiliger. Daarom kreeg dit model de naam "veiligheidsfiets". Deze fiets lijkt al heel veel op onze moderne fiets.
De laatste belangrijke uitvinding voor de fiets is de luchtband. De hoge bi en de veiligheidsfiets hadden banden van massief rubber. In 1888 vond de Ierse veearts John Dunlop de luchtdichte holle band uit. Dat reed meteen een stuk prettiger. Fietsen was niet langer meer een hobbelige bedoening.
(Verkort overgenomen van Kennisnet.nl)

Bijgewerkt door Freddy Deprez op 16 september 2008