chocolade fondue

Callebaut forever

Als onze sportlui in geen enkel toernooi van enige allure ook maar een bescheiden rol spelen, als je niets wezenlijks kunt verzinnen waarin ons land uitblinkt, dan zijn er altijd nog trappistenbier en chocolade om mee uit te pakken.
Chocolade is niet echt "van eigen bodem" en de chocolade-industrie is financieel ook niet meer Belgisch (op het Parijse Salon du chocolat wordt niet over België gesproken), maar er is geen keus. Als we de Belgische chocolade niet in ere houden, wat hebben we dan nog?

Vroeger, voor de globalisering, was chocolade een binnenlandse aangelegenheid. Het land was verdeeld in Côte d'Or- en Jacques-gebruikers, zoals het sportpubliek verdeeld is in aanhangers en tegenstanders van Anderlecht. Thuis was het Jacques en anti-Anderlecht. Bij de Jacques-repen die bij ons thuis gekocht werden of die mijn vader meebracht van een kaartavond op café, waren plaatjes ("chromo's" heetten ze officieel, "zientjes", zeiden we) die je kon sparen, over auto's, of vliegtuigen, of boten. Dat zijn althans de onderwerpen die ik me herinner en die ik ooit verzameld heb. (Het ritueel bestaat nog, maar het heet nu "Panini".)
Wij waren thuis voor Jacques, maar waarschijnlijk om geen duidelijke reden. Veel later ontdekte ik dat er een smaakverschil is, dat Côte d'Or te zoet is. Dat vind ik dus nog altijd.
Côte d'Or is van Kraft, de groep waar ook het nog zoetere Toblerone en de nepproducten Zizo en Milka in zitten. Kraft voert een beleid voor het fastfood-publiek, het segment van de bevolking dat het zonder of met afgestompte smaakpapillen moet doen. Côte d'Or is nochtans van goeden huize. De Zwitser Charles Neuhaus begon in 1883 met het merk. Toen heette het 'Chocolat de la Cote d'Or', de naam van het huidige Ghana. Na 1900 werd het bedrijf Belgisch. De beroemde olifant werd in die tijd het kenmerk.
Jacques zit nu bij Callebaut en daar ben ik blij om. Barry-Callebaut ontstond door de fusie in 1996 van het Belgische bedrijf uit Lebbeke-Wieze (Aalst) met het Franse "Cacao Barry", en is het grootste chocolade-bedrijf ter wereld. Het levert ruwe chocolade aan andere bedrijven, fijne chocolade aan pâtissiers en afgewerkte producten aan de consument.
De Zwitserse groep Barry Callebaut nam in 2005 de chocolade-onderneming Jacques uit Eupen over. Barry-Callebaut gooide zijn marketingstrategie om en gaf er de voorkeur aan om zijn eigen chocoladeproducten onder de merknaam Callebaut in de winkel voortaan te verkopen onder de naam Jacques. De industriële dekchocolade daarentegen wordt verder gecommercialiseerd onder de merknaam Callebaut.
Jaren geleden ontdekte ik bij de Makro pakken "pellets" van 2,5 kg. Ik verkoos "Callebaut 811" en de industrieel aandoende benaming deed uitschijnen dat de Callebaut 811 voor kenners is, niet voor het fastfood-publiek of voor de Côte-d'Or-barbaren.
Voeg erbij dat Callebaut niet minder dan een Academy heeft, met wereldwijd 7 vestigingen waar elke zichzelf respecterende chocolatier gestudeerd heeft - enigszins vergelijkbaar met de Bordelese "université du vin". Er gaat echt niets meer boven Callebaut.
Tot 1981 was de familie Callebaut eigenaar van het bedrijf. Toen werd het verkocht aan het Zwitserse Suchard. In 1987 kocht Suchard ook Cote d'Or op. Over smaken wordt niet gediscussieerd. Ze betaalden een fortuin aan de Belgische eigenaars. Maar in 1990 werd Côte d'Or doorverkocht aan een Amerikaans sigarettenmerk... Zo zie je maar.

Commentaar? Opmerkingen? Mailen naar mij - - Laatst bijgewerkt op 21 augustus 2008

Pralines

Over pralines zou ik beter niets zeggen want het verschijnsel is nefast voor de lijn. Het mag dan al een geschenk zijn van de meest romantische aller goden, het is ook hoogst verslavend en moet dus strikt gemeden worden.
Dat ik er toch iets over zeg is omdat Karen pralines heeft leren maken in de Callebaut Chocolate Academy in Wieze, en haar kunst nu beoefent in Milaan (of all places). Hoi Karen. Binnenkort komen je pralines - met gembervariant of lychee-vulling - op de Chinese markt. Respect.

de pralines van Tartufo in Leuven (foto van Karen Huber) Jean Neuhaus opende rond 1850 een soort apotheek in Brussel, waar hij ook snoep verkocht. Het was een mengsel van amandelen en gebrande suiker en hij noemde het snoepje 'prasline' naar de maarschalk van Plessin-Praslin. Zijn kok had het snoepje uitgevonden. In 1900 werd de kleinzoon van Neuhaus baas van het bedrijf. Hij kwam op het idee om chocolade rond de 'prasline' te doen. Hiermee was de praline geboren. Neuhaus heeft nog steeds een winkel in de Koninginne-galerij in Brussel. Het is het laatste grote merk van chocolade dat Belgisch is.
Leonidas-pralines stel ik op één lijn met de Côte d'Or-chocolade. Je kan ze op veel plaatsen kopen. Nochtans is Leonidas het jongste merk. Jean Daskalides stichtte het bedrijf in 1970. Jean was een kleurrijke figuur afkomstig uit Istanbul. Kort na zijn geboorte vluchtten zijn ouders daar weg voor de Grieks-Turkse oorlog. De familie kwam terecht in Gent. Ze hadden een winkel in snoepgoed. Jean Daskalides was eigenlijk vrouwenarts. Pralines maken werd van hobby een beroep en nu is het bedrijf de grootste praline-producent ter wereld.
Godiva is een duur merk pralines. Het heeft winkels op alle beroemde plaatsen in de wereld. Het bedrijf werd in 1926 opgericht in Brussel. Intussen is het verkocht aan het Amerikaans bedrijf dat ooit met soepen de wereld veroverde, Campbell.
Overal te lande zijn er nog zelfstandige pralinemakers. In Leuven ga ik graag bij Tartufo langs. Vanuit zijn winkel aan de Louis Melsenstraat 14 (tel +32 16 23 06 42) kun je zijn atelier zien met alle mallen en apparaten die hij gebruikt bij de bereiding van pralines.

Commentaar? Opmerkingen? Mailen naar mij - - Laatst bijgewerkt op 21 augustus 2008

Musea van cacao en chocolade

een cacao-'boon' op het terras bij Manuel in Suriname Manuel woont tot eind 2008 in Suriname, op La Rencontre (Domburg), waar de cacao aan de bomen groeit en met houwers (grote kapmessen) geoogst wordt. Hier ligt een boon op het terras naast een cassave-wortel.
Als u interesse hebt in de cyclus "van plant tot praline" kunt u zeker terecht bij enkele goede musea over het product dat ons zo dierbaar is. Ze zijn de zorg van enthousiaste particulieren, van de overheid of van de producenten van de afgewerkte producten.

Wie zijn museum liever opzoekt dichter bij de Cacao-route in Zuid- en Centraal Amerika, kan misschien volgende tip gebruiken.
In Mexico vindt u het Museo del Cacao y Chocolate in de Hacienda "La Luz" te Comalcalco in de provincie Tabasco. U kunt een bezoek aan de hacienda en het bedrijf in werking, waar het museum is ondergebracht, combineren met een bezoek aan de Maya-gebouwen in de buurt.
De hacienda wordt ook "Hacienda Wolter" genoemd, naar Otto Wolter Hayer, een Duitse kolonist die de hacienda in 1930 kocht en er chocolade begon te produceren. Hacienda La Luz is een van de grootste van de streek (ongeveer 50 hectare met 26 cacaoplantages, het chocolademuseum, vijf hectare onontgonnen bos en aanplantingen van gember, tamarinde, mango, noten, vanille en kaneel).
Adres : Calle Leandro Rovirosa Wade, S/N, Colonia Centro, Comalcalco Tabasco México.

Commentaar? Opmerkingen? Mailen naar mij - - Laatst bijgewerkt op 22 augustus 2008